Buijtenland van Rhoon: transitie naar natuurinclusieve akkerbouw

Hoe richt je een gebied in zodat het bijdraagt aan natuurwaarde èn natuurbeleving bij recreanten terwijl het ook nog agrarische productie levert? En hoe werken overheden, boeren, natuurorganisaties en ketenpartijen samenwerken om zo’n transitie tot een succes te maken? Het Buijtenland van Rhoon is met deze grote landbouwkundige vraagstukken bezig en het Louis Bolk Instituut ondersteunt de Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon in dit proces.

Naar een natuurinclusieve akkerbouw

Lokale agrariërs hebben het proces voor herinrichting van het gebied Buijtenland van Rhoon in gang gezet. Zij wilden voorkomen dat het gebied in het kader van de Planologische Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PKB PMR) zou veranderen in een moerasnatuurgebied. Samen met onder andere het Louis Bolk Instituut en de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap is in 2017 een alternatief plan geschreven, waarbij landbouw, natuur en recreatie gecombineerd werden. Bij deze nieuwe gebiedsgerichte aanpak zijn doelen gesteld voor zowel natuurwaarden en recreatieve ontwikkeling als natuurinclusieve landbouw met een passend verdienvermogen voor de boer. In het Streefbeeld zijn deze doelen, en de weg hier naartoe, beschreven.

Gebiedsgerichte aanpak

In de gebiedsgerichte aanpak voor de inrichting van het Buijtenland van Rhoon zijn de belangen van allerlei partijen verenigd, waardoor natuurwaarden, recreatie en landbouw beter tot hun recht komen. De uiteindelijke inrichting past naadloos bij het landschap: er is namelijk rekening gehouden met al bestaande landschapselementen, de cultuur-historische achtergrond en de bestaande bedrijven in het gebied. Hierdoor heeft ontwerp een stevige basis.

Samenwerking en verdienmodellen

Om de nieuwe plannen gecoördineerd en succesvol uit te voeren, is de Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon opgericht. Samen met een kennisconsortium met begeleiding van onder andere het Louis Bolk Instituut werkt het Buijtenland van Rhoon aan de natuurinclusieve transitie. Hierbij is het motto “Lerend beheren” leidend. Hoofdzaak in het gebied is om de belangen van zowel natuurpartijen als boeren bij elkaar te brengen, en daarnaast de burger te betrekken via recreatiemogelijkheden en het ontwikkelen van korte ketens. Dit alles moet passen binnen een lonend verdienmodel voor de agrariërs in het gebied.

Onderzoek en monitoring

Dankzij onderzoek naar de bodemkwaliteit, de diversiteit en de aanwezigheid van (bedreigde) flora, de aantallen en diversiteit van insecten en van (akker)vogels wordt duidelijk of en hoe de doelen behaald worden. Daarnaast brengen onderzoekers van het Louis Bolk Instituut de prestaties van de agrariërs in het gebied via de landbouwmonitoring in kaart. Hierbij maken wij gebruik van Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) om de status op het gebied van bijvoorbeeld milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen, organische stofbalans en gewasdiversiteit te omschrijven. Dit koppelen we aan een landbouweconomische monitoring, aan de hand waarvan we een reële pachtprijs voor de natuurinclusieve landbouw in het gebied bepalen. Met de resultaten van de monitoring sturen we bij en kunnen we het gebied inderdaad “lerend beheren”.