Voedseleducatie in het speciaal onderwijs

Omdat ook voor eetgewoonten 'jong geleerd is oud gedaan' geldt, zijn jonge kinderen een belangrijke doelgroep voor het aanleren van een gezond eetpatroon. De school is een ideale setting voor het stimuleren van gezond en duurzaam eetgedrag bij kinderen. Het is een omgeving waar kinderen met alle achtergronden een aanzienlijke hoeveelheid tijd per week doorbrengen en kennis, vaardigheden en gunstig gedrag aanleren. Het aanleren van gezond en duurzaam eetgedrag is extra van belang voor leerlingen in speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO).

Voedseleducatie wordt steeds vaker ingezet in het reguliere basisonderwijs. Er zijn echter nog weinig voedseleducatieprogramma’s beschikbaar voor het speciaal onderwijs zoals het SBO, SO en VSO.

In dit project brengen we samen met docenten en schoolbesturen uit het (V)SO én lespakketontwikkelaars in kaart welke aanpassingen er aan bestaande voedseleducatieprogramma’s gedaan moeten worden om passend, geschikt en makkelijker inzetbaar te zijn in het (V)SO (zie ook het rapport Behoeftepeiling voedseleducatie in het speciaal (basis)onderwijs). Aan de hand van deze inzichten worden lesmaterialen aangepast en uitgetest in het (V)SO op inzetbaarheid en ervaren impact. 

Resultaten: aangepast lesmateriaal goed uitvoerbaar in het (V)SO

De resultaten van dit project laten zien dat de leerkrachten de lessen over het algemeen goed uitvoerbaar vonden, zo blijkt uit de vragenlijsten en interviews die zijn afgenomen na de les bij leerkrachten. Bijna iedereen vond het leuk om de les te geven en was positief over de inhoud. Zo vonden leerkrachten dat de les de juiste onderwerpen behandelde en goed aansloot bij de belevingswereld van leerlingen. Ook vond bijna iedereen dat de instructies voor het inzetten van de les duidelijk genoeg waren. Een derde van de leerkrachten vond het echter lastig om te bepalen voor welke leerlingen het materiaal het meest geschikt was. Ook gaf een deel van de leerkrachten aan neutraal of negatief te zijn over de lengte van de les. In de interviews gaven sommigen aan dat meer afwisseling in de lessen welkom zou zijn, bijvoorbeeld met afbeeldingen en video's over onderwerpen zoals de Schijf van Vijf en de spijsvertering. Zo’n driekwart van de leraren gaf aan het lesmateriaal vaker te willen gebruiken. De overige leerkrachten wilde dat alleen onder bepaalde voorwaarden, zoals aanpassingen aan de handleiding, een goed functionerende digitale omgeving en meer aanpassing van het lesmateriaal naar de doelgroep toe. Omdat leraren graag vaker over voeding willen lesgeven, zouden meer lessen welkom zijn.

De resultaten van de pilot laten zien dat met het aanpassen van lesmateriaal een veelbelovende eerste stap is gezet in de ontwikkeling van geschikt voedseleducatiemateriaal voor het (voortgezet) speciaal onderwijs. Voor de toekomst biedt uitbreiding en opschaling van de lesmaterialen een waardevolle kans om voedseleducatie binnen het (V)SO verder te versterken.

 Wil je meer lezen over het onderzoek? Lees dan het gehele rapport of bekijk de factsheet.

Behoeftepeiling voedseleducatie in het speciaal onderwijs

Docenten van het (V)SO zien het nut in van het bieden van een gezonde en duurzame voedselomgeving en voedseleducatie op school, zo blijkt uit de behoeftepeiling en expertmeeting die het Louis Bolk Instituut in samenwerking met Stichting Special Heroes, Jong Leren Eten en Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) heeft gehouden in 2021. Maar ze geven aan dat de meeste beschikbare voedseleducatieprogramma’s (nog) niet aansluiten op de belevingswereld en mogelijkheden van leerlingen op het (V)SO. Tegelijkertijd blijkt uit de peiling dat 97% van de (V)SO-scholen beschikt over kookfaciliteiten en 46% van de scholen een moestuin heeft, wat veel kansen biedt voor het inzetten van effectief gebleken ervaringsgerichte voedseleducatie. Ook wordt er gebruik gemaakt van bestaande programma’s die ontwikkeld zijn voor het reguliere onderwijs zoals Smaaklessen, EU-Schoolfruit en Weet wat je eet. Docenten geven aan dat er nu veel aanpassingswerk nodig is aan bijvoorbeeld vorm en niveau om dit te kunnen gebruiken in het (V)SO. Deze tijd kan ten koste gaan van hun primaire taak, het onderwijzen van de leerlingen, of komt bovenop hun al volle schema.

Lees hier de resultaten van de behoeftepeiling.

Samenwerkingspartners

Dit project werd gefinancierd door het Ministerie van LNV. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met Stichting Special Heroes Nederland, het Voedingscentrum, Steunpunt Smaaklessen & EU-schoolfruit (WUR) en Rijksprogramma Jong Leren Eten. Ook was er een klankbordgroep opgericht met afgevaardigden van partijen die ervaring hebben met (voedseleducatie in) het speciaal onderwijs, zoals voorgenoemde organisaties, Gezonde School, Sectorraad Gespecialiseerd Onderwijs, Jongeren op gezond gewicht (JOGG), docenten en lespakketeigenaren met ervaring in het speciaal onderwijs. Dit project liep tot maart 2024.